Welkom

Welkom op de blog van Indira. Hier vertel ik regelmatig wat mij bezighoudt in mijn danswereld. Ik heb mijn eigen dansschool ID Dance, geef regelmatig workshops, doceer dans aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen en coördineer de Masterclass en Dans als droom-klas bij de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen, waar ik ook nog een ochtend werkzaam ben als docent Dans. Daarnaast ben ik al jaren gelukkig getrouwd en moeder van drie grote bloedjes van kinderen.

zondag 16 februari 2014

Dansjuf goes fitness (deel 1)

Na mijn knie-operatie eind december was ik genoodzaakt om te revalideren met behulp van een fijne fysio in een fitness centrum. Nu zul je begrijpen dat dit niet de meeste enerverende plek is voor een dansjuf. Of…i k zou de fitnessles mogen geven, dan zou het nog een leuke uitdaging zijn. Fitness = saai! Ik heb altijd mega respect voor mensen die in hun eentje, zonder aanmoediging, aan wat machines gaan trekken of zelfs uren op een loopband gaan staan!

Daarnaast is het docent-eigen vrees ik om sceptisch tegenover een les te staan waar wij niet mogen bepalen wat we gaan doen. Noem het haantjes of baasjes, ik zie het liever als overenthousiasme.

Mijn top juf
Nu was dit niet mijn eerste keer, uiteraard volg ik veel vaker les. Sterker nog ik geniet van mijn wekelijkse dansles waarbij een top juf MIJ vertelt wat ik moet doen. Maar dit is toch iets anders, dan gaat het namelijk om dans in de meest pure creatieve vorm.

Leuk, sporten onder water
Afgelopen zomer besloot ik op het strand van Italië om me op te geven voor de plaatselijke sportclub; the watergym. Mijn Italiaans en hun beroerde Engels maakte het dat ik de eerste les geen benul had van wat ik zou gaan doen. Behalve dat het in het water was, in de zon, wat mij al helemaal prima leek. Daar aangekomen stelde ik me voor aan een juf die geen benul had wat ik haar zojuist vertelde en me het mooie water in wees. Ik kreeg een heuse fiets onder water en nam plaats. Terwijl ik me al zat te verheugen op sporten onder water (hoe zwaar kan dat zijn?), in de zon (lees: we worden ook nog bruin) en een vooruitzicht op een extra bolletje Italiaans ijs kwamen mijn medesporters langzaam aanlopen. Geen gedag, een zuinig plonsje, de een nog verzorgder dan de ander (Italiaans vrouwen en hun uiterlijk... wow!). Het viel me op dat ze allen een badmutsje tevoorschijn toverde, uiteraard in de kleur van badpak of bikini. Toen ik de juf seinde dat ik er geen had (met een soort van hints en armbewegingen) seinde zij terug dat het oké was. Ik had een hoge knot en mijn gezicht zou geen water raken. Gelukkig maar, want daar heb ik een vreselijke hekel aan

Bikini, oorbelletjes en elastiek
Een verlate mevrouw plonsde kort achter mij het water in en begon heftig te discussiëren met de juf. Ik was geïntrigeerd door de intonatie en de passie waarmee ze praatte, dus glimlachte vriendelijk mee. Toen ze druk gebarend naar mij wees en de andere dames ook mee liet kijken begon ik me af te vragen of mijn dresscode niet voldoende was (terwijl ik toch echt elke dag een andere kleur bikini had, oorbelletjes en haarelastiek in dezelfde kleur!) maar nee, deze mevrouw wilde niet gaan starten voordat ik een mutsje op had. Ze bleef maar ratelen totdat de arme sportjuf niet anders kon dan mij te seinen om er een te gaan halen. Tenminste ik hoopte dat dat de conclusie was. Een andere uitleg zou zijn dat ik de les uit gestuurd zou worden nog voordat ik begonnen was, maar zo goed kende ze me toch nog niet?! Afijn, wit badmutsje later (zwart was uitverkocht en geel is echt niet mijn kleur) zat ik weer op de fiets. 

Mooi Italiaans
Ik voelde me vreselijk te kakken gezet door mijn nieuwe sportmaatjes. Was het niet bedoeling de ‘outsider’ of de nieuweling in een sportgroepje een warme hand te geven of een bemoedigend schouderklopje in plaats van klikken dat ik geen mutsje op had. Mijn les zat ik uit, letterlijk en figuurlijk want water maakt fietsen helemaal niet lichtjes en ondanks de zon, de leuke muziek en de fitte juf (op een stoel met zonnebril) bleef ik balen. Toen we dan ook klaar waren, duwde ik mijzelf uit het bad en bedankte de juf. Ze glimlachte vriendelijk (ik had gerust met een leuke intonatie kunnen zeggen dat het een schijtles was, want zo’n hekel heb ik aan stilstaand fietsen) en zwaaide. Ik draaide me om, om te bewijzen dat ik wijzer ben en bedankte ook mijn sportmaatjes. De verklikker keek me aan en gaf een zuinig knikje. Haar badmuts zat lekker scheef en haar oorbellen kleurde helemaal niet bij de haar bikini outfit. Daarnaast keek ze zo chagrijnig dat het mooie Italiaanse er ook af was.

Klikkende sportvriendin
Ik heb die twee weken keurig een tienlessen-kaart volgemaakt met mutsje (tot grote hilariteit van mijn kids die vanuit het strand af en toe hun moeder uit kwamen lachen). Mijn klikkende sportvriendin heb ik nog een keer gezien en toen ben ik heel dicht bij haar gaan staan bij de water-stretch-les om heel triomfantelijk mijn been UIT het water te strekken voor haar neus, langs haar mooie roze badmutsje. In mijn tien lessen leerde ik wat links, rechts, strek, stop en gaan in het Italiaans was. Tellen kan ik ook van 1 naar 10 en weer terug.


Maar de mooiste les is; vriendelijkheid kent geen tijd, geen land, geen taal en zeker geen outfit.

woensdag 25 december 2013

Praatgek

De meeste mensen die mij kennen, weten dat ik niet vies ben van een beetje praten. Mijn stem is niet alleen een van mijn werk-tools maar ook meteen mijn sterke en… zwakke kant.  Ik geloof niet dat ik extreem vroeg begon met praten maar ik was er wel al vrij snel heel goed in. 

Nu ben ik geboren onder de vleugels van een groep nonnen, die maar al te graag de hele dag met mij praatte. Dus tussen de gebeden door, werd er waarschijnlijk hard gewerkt aan mijn woordenschat.

Leuk op feestjes en partijen
Nu heeft mijn vele praten uiteraard zo zijn voor- en nadelen. Mijn vader verzuchtte vroeger wel waarom IK nu nooit mijn stem kwijt raakte en was een kei in het net iets te snel ‘ja’, ‘oh echt’ en ‘hmm’ zeggen bij een van mijn verhalen. Ik schijn het ook leuk te doen op feestjes en partijen. Ik kan ook heel vrolijk en vermakelijk vertellen over een fietsritje van 5 minuten.

Mijn achilleshiel
Helaas heeft het ook zo zijn nadelen. Zo zat ik al eens 9 weken thuis met een mega stemprobleem en heb ik 2 jaar lang 1 ½ uur per dag mijn mond gehouden om mijn stem te sparen. Mijn kinderen zijn hierdoor super goed in hints en heel vlot in mijn gedachten (of gezichtsuitdrukkingen) lezen. Mijn logopediste (de derde op rij) trok al snel de conclusie dat mijn stem mijn achilleshiel bleek. Volgens haar vond ik het ook zo nodig om tegen iedereen te praten. Stiltes maken mij nerveus. En inderdaad, ik voel me ook net iets te vaak geroepen om tegen iedereen te praten.

Kan niet mijn mond houden
Nu zijn deze fysieke klachten vervelend, maar geen last voor andere mensen, sterker nog dit geeft de mensen om mij heen ook eens de kans om wat te vertellen. Nee, een van mijn leerpunten is dat ik zo nodig ook mijn ongezouten mening moet geven, zo graag wil vertellen wat ik er van vind. En niet mijn mond kan houden als er iets gebeurt wat ik denk dat niet nodig is. Mijn jongere zus schijnt pas echt te zijn gaan praten toen ik 3 maanden in Engeland woonde (waar mijn land-lady overigens ‘silence hours’ invoerde ). Nee, ik heb mezelf aangeleerd eerst tot 10 te tellen als er een vraag gesteld wordt. Ik probeer echt al meer na te denken voor ik iets zeg en het lukt me soms zelfs om andere mensen helemaal uit te laten praten.

Borrelt naar boven
Nu is het echt niet dat ik niet graag naar andere mensen luister, in tegendeel. Ik vind het heerlijk MET mensen te praten, luister graag naar iedereen. Maar op een of andere manier heb ik altijd een mening, vind ik er iets van of moet ik er zo nodig iets van zeggen. Mijn enthousiasme begint onderin mijn buik te borrelen en gaat soms zo vlot naar boven dat ik te laat ben en alweer iets gezegd heb. 

Nare situaties
Eerst nadenken dan pas doen, adviseer ik mijn zoon. Mijn mentor gaf mij vroeger hetzelfde advies met daar achteraan: “En dan na een half uur er pas iets over zeggen.” Je zou denken dat ik al zo wijs geworden ben. Door de jaren heen kom ik natuurlijk regelmatig in nare situaties hierdoor.

“Ik ben verliefd op je”
Toen ik als jonge puber verliefd was op het stuk van de school (wie niet) en hem een keer zag smiespelen met wat vrienden, bedacht ik me dat ze het natuurlijk over die slome blonde hadden die elke keer in katzwijm viel als hij langs kwam. Om de eer aan mijzelf te houden, vond ik dat ik ze voor moest zijn en dit beter zelf tegen hem kon zeggen. Waar waren mijn wijze vriendinnen om mij te behoeden? Afijn, 2 minuten later stond ik midden in de grote jongens club voor HET stuk van de school: “Ja, je zult het wel gehoord hebben, ik ben verliefd op je.” Zijn reactie was best vriendelijk; nou dat is leuk. Ik liep redelijk rustig weg om me vervolgens de rest van de dag op de wc te verstoppen. Het werd nooit meer wat natuurlijk.

Opvoeden
Zo vind ik het ook zo nodig om mijn ongezouten mening te geven over bijvoorbeeld opvoeden (alsof ik het boek heb geschreven). Nu hebben wij in onze vriendengroep de oudste zoon maar dat geeft mij uiteraard op geen enkel front reden om bijdehand te doen. Toch hoor ik me regelmatig tegen een van hen zeggen: “Ik zou, ik deed, weet je wat…?” Pfff, moe van mezelf en mijn praatgekte.

Snelle en irritante reacties
Ook een (kleiner) nadeel is dat áls ik dan eens stil ben, mensen dichtbij toch ook wel snel bezorgd zijn. Dan moet er haast wel iets zijn. Maar de geruststelling is meteen dat praatgrage (en open boek) ik dat allang gezegd zou hebben. Sommige mensen vinden het wel irritant. Zo kreeg ik eens van een medestudente een brief (good old days) met daarin een hele lijst ergernissen. Zo gaf ik nooit eens iemand anders de kans vragen te stellen in de les, waren mijn reacties altijd zo snel dat het irritant was en liet ik haar nooit uitpraten. Ik was geschokt maar nam me vervolgens voor de volgende dagen mijn mond te houden. In de collegezaal bleef het stil, er werd geen vraag gesteld en heel onbeschoft ook geen antwoord gegeven op de vragen van de docent. Toen we in de pauze bij elkaar zaten, keken mijn medestudenten mij vragend aan maar bleef het angstaanjagend stil. Ik deed nog een poging om haar te vertellen dat het best vermoeiend was om te raden wat iemand voelde en dacht en ook niet zo heel makkelijk. Maar zij gaf aan dat het geduld vergde om door haar muurtjes te breken. Je begrijpt na 4 jaar studeren, verwaterde het contact… omdat ik ophield met bellen en schrijven.

Ik had mijn lesje geleerd, ik blijf mezelf en leer vanzelf maat te houden met mijn woorden, letters en verhalen.


Tja, ik rij zoals ik praat, ik praat in mijn slaap, schrijf zoals ik vertel, geef les zoals ik het wil. Maar ik doe in ieder geval wel zoals ik echt ben. Druk en soms best gezellig.

zondag 10 november 2013

Baan van je dromen

Vorige week was ik te gast bij een SVO met een grote groep HAN/SBE studenten. Zij voerde een eigen versie van de musical Grease op voor deze leerlingen.
Bij binnenkomst sprak een van de docenten daar me aan. Wij kennen elkaar omdat we samen dansles hebben gevolgd. Ze vroeg me wat ik daar deed en toe ik haar antwoordde was het even stil. “Wow, jij hebt echt een gave baan”, was haar reactie. En inderdaad! Ik heb echt een gave baan.

Ik heb de luxe
Toevallig vroeg een studente die ochtend wat ik eigenlijk naast deze lessen op de HAN nog deed. Grappig, gezien dat al 4 dagdelen is en een doorsnee docent daar nog eens 4 dagdelen aan voorbereiding en vergadering bij optelt. Ik niet hoor, ik heb de luxe alleen de pracht-praktijklessen te mogen geven. Uiteraard hoort daar ook voldoende ‘thuiswerk’ bij maar dat is allemaal dans- en lesgeven-gerelateerd.



Bijna zin
Maar werken op HAN is geweldig. Dansen met ALO studenten is een van de mooiste vakken ooit. Ze zien binnenkomen de eerste les van het blok; zuchtend, balend, onzeker rondkijkend. Een enkeling die hardop durft te zeggen dat B&M (Bewegen & Muziek) echt het meest balen vak is wat ze hebben. Een heerlijke uitdaging natuurlijk om ze in ieder geval een klein beetje ‘dansgek’ te maken. Les 3 komen ze meestal al minder sjokkend binnen en ik durf wel te zeggen dat ze er bij les 5 bijna zin in hebben. De shows die de studenten vervolgens laten zien in les 8 bevestigt voor mij elke keer weer; ik heb de mooiste baan van de wereld. 

Zonder enthousiasme?
De HAN/SBE-studenten komen heel anders hun eerste les in. Zij hebben in hun eerste jaar al een kennismakingsblok Dans gehad en gaan in het tweede jaar in 8 weken een musical in elkaar zetten. Ook hier kwamen de 63!! studenten niet geheel vol enthousiasme binnen. Voor sommigen is dansen waarschijnlijk net zo’n kwelling als koken voor mij is. Hoe aardig ik mijn best ook doen, het smaakt nooit. En waarschijnlijk is dat omdat ik nooit echt mijn best doe, ik er geen geduld voor heb en… er een bloedhekel aan heb. Eten daarentegen vind ik weer een geweldige bezigheid.

Hart slaat over
Afijn; binnen 30 minuten hadden we alle rollen verdeeld. Iedereen mag kiezen. Een enkeling wordt af en toe (emotioneel) een kleine beetje onder druk fan van zijn/haar rol.  Maar uiteindelijk is iedereen aan de slag en heeft een ieder de rol gevonden die bij hem/haar past. Ook deze show in week 8 doet mijn trotse hartje overslaan. Ik doe het ze namelijk niet na; voor een volle zaal toneelspelen, teksten spreken en spelen die toch wat reacties oproepen en tot overmaat van spanning nog een kus hier en daar.

Talenten worden jong gespot
HBO-studenten; heerlijk volk. Dan is mijn donderdag bijna compleet als ik daarna naar de SSgN dansplussers ga; 26 enthousiaste VO leerlingen die onder schooltijd mogen dansen. Ook hier speelt de onzekere pubertijd regelmatig op in verschillende vormen. Te stoer voor een pasje of te onzeker om een choreo voluit te dansen. Talenten worden jong gespot en meteen gestimuleerd om nog meer lessen te gaan volgen natuurlijk. Door ook aan deze doelgroep les te geven, blijf ik mooi van alle leeftijdsgroepen op de hoogte. De tips die ik de HAN studenten geef, mag ik dan elke donderdagmiddag zelf weer gebruiken bij deze mooie gemixte klas.

Dat is ook een van de redenen dat ik regelmatig workshops blijf geven (dat en het feit dat Adrienne me gewoon indeelt omdat er gewerkt moet worden ). Op de werkvloer blijven en zelf tegen allerlei situaties aan blijven lopen, houdt me alert als docent.

Ik poets de wc’s
De dag dan vervolgens afsluiten in mijn eigen fijne dansschooltje. Tja wat doe je daar nu eigenlijk allemaal, vroeg een maatschappelijk stagiaire aan mij. Mijn antwoord is altijd; ik poets de wc’s. Dat is eigenlijk niet altijd zo, maar om een indicatie te geven dat een dansschool niet alleen bestaat uit dansles geven. Maar daar de luxe hebben om alle leeftijden les te mogen geven is natuurlijk de pracht afsluiting van een dag of week.

Dus op de vraag; wat doe je nu eigenlijk nog naast die lessen; ik GENIET… de hele dag door. Ik mag de hele dag, elke dag precies doen wat IK leuk vind. Namelijk lesgeven en dansen, mooier wordt het leven niet!

Voor de sceptici, zwartkijker, glas-half-leeg mensen onder ons; natuurlijk heeft zo’n droombaan ook wel eens een nadeeltje. Terwijl ik dit schrijf, zit ik namelijk met een domme knie blessure wachtend op de uitslag van een MRI. Afhankelijk zijn van je lijf is dan een klein smetje in deze mooie ‘rode’ wolk. Maar… dan heb ik weer alle tijd om een blog te schrijven. 


maandag 7 oktober 2013

Expert meeting; vereniging of commercieel bedrijf?

Vandaag was ik uitgenodigd voor een expert meeting in Utrecht vanuit het LCKA.
Een expert meeting klinkt natuurlijk heel mooi; een bijeenkomst van experts. In juli was ik op een expert meeting bij Artez. Met allemaal pracht dansdocenten praten over de toekomst en visie van Artez. Nu waren het cultuur mensen pur sang. Niet alleen de mensen van LCKA maar ook vanuit heel het land vertegenwoordigers van het vak; cultuur.



Positief ingesteld?
Een leuke jongeman leidde deze middag. Leuke baan lijkt me, samenvatten, alert blijven en vooral zorgen dat het clubje creativiteit-gillers niet door elkaar praatte. De middag begon met het invullen van een blaadje vol verwachtingen. Hoe vond ik dat het dusver stond met de samenwerking van scholen en cultuurinstellingen. Nu ben ik van nature volgens mij redelijk positief ingesteld dus uiteraard vulde ik in dat we op de goede weg waren. 

Verhit
Na het invullen van de 5 vragen (verwachtingen, oplossingen, knelpunten) stelde de spreekmeester iemand een vraag en diegene mocht meteen zichzelf voorstellen. Gelukkig maar, want ik kwam na 40 minuten dwalen in Utrecht city op zoek naar de Kromme Nieuwe Gracht (die niet na oude gracht volgt, weet ik nu) redelijk verhit aan en had geen tijd gehad om mezelf aan iedereen voor te stellen. Leuke verrassing dat ik als eerste mijn mond open mocht doen en mijn gedachten mocht delen.

Leuke anekdote tussendoor; terwijl ik dit typ, zit ik in de trein van Utrecht naar Nijmegen. Tenminste dat dacht ik… in het echt zit ik in de trein naar Rheden. Gewoon omdat ik simpelweg op het station iedereen maar achterna de trein in liep zonder te kijken! Totdat de conducteur zojuist mijn kaartje controleerde vroeg hij waar ik naar toe ging. Niet te bijdehand antwoordde ik: “Met jou mee naar Nijmegen.” De rest van de coupe had lol natuurlijk en ik stond binnen 5 minuten op station Veenendaal om terug naar Driebergen-Zeist te gaan. Tjonge wat een meelopende typje ben ik toch.



Wat is ons bestaansrecht?
Afijn, tijdens deze meeting kwam meerdere keren de vraag naar voren of het mogelijk was om professionele cultuur bedrijven te laten samen werken met de verenigingen. Hardop vroeg ik mijzelf af waaronder wij vallen. Wij hebben een dansschool waar mensen lid van zijn, maar geen subsidies van gemeentelijke instellingen die ons helpen bestaansrecht te hebben. Wij functioneren redelijk als een vereniging. Ik geloof graag dat wij wat doen voor de wijk, buurt en de medemens, maar daarnaast weet ik dat we professioneel zijn. Niet alleen door het aantal diploma’s in de school en vooral ook door onze manier van werken en benaderen. De conclusie van mijn medecultuur-mensen was dan ook dat ik (wij dus) in een grijs gebied zaten.

Kijk breder
Een beetje beduusd liet ik dat op me inwerken. Grijs is toch de kleur van net niet, tussenin, tegen grauw aan, kleurloos. Daar voel ik me toch helemaal niet in. Zilver grijs daarentegen ben ik voor; glitter sprankels en stralend. Toen de discussie over knelpunten en de zoektocht naar oplossingen verder ging, kwamen we op de term win- win situatie. De terechte mening was dat iedereen breder moest kijken; de basis- en middelbare scholen moesten verenigingen toelaten om zo te zien wat er allemaal op cultuurgebied in huis is, maar vooral ook omdat wij allemaal verantwoordelijk zijn voor de cultuur-omgeving van de kinderen van de toekomst. En de verenigingen (wij?) moesten niet alleen kijken naar het aantal nieuwe leden die een workshop op kan leveren maar ook juist naar wat we voor en met elkaar kunnen betekenen. 

Moreel
Terwijl de gemoederen gezond opliepen, kreeg ik het idee van een andere planeet te zijn. Ik denk JUIST aan de morele aspecten bij de workshops die ik/wij doen. Dansende kids=cultuur=plezier=fijne gedachtes=kennismaking met een passie/hobby=blije kids=worden blije partners=blijde ouders= fijne samenleving.


Op mijn vraag hoe negatief het anders zou zijn, kreeg ik het mooiste antwoord van de dag; kennelijk ben jij wel al zo positief bezig dat je die andere kanten helemaal niet ziet. Jij bent al verder gaan kijken. Kijk en noem dat nu maar eens GRIJS!