Welkom

Welkom op de blog van Indira. Hier vertel ik regelmatig wat mij bezighoudt in de danswereld. Ik heb mijn eigen dansschool ID Dance, geef regelmatig workshops, doceer dans aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen, coördineer de Dansplus-klas bij de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen en ben examinator dans bij het ROC Leijgraaf. Daarnaast ben ik al jaren gelukkig getrouwd en moeder van drie bloedjes van kinderen.

zondag 9 december 2018

Team

Soms word ik weleens wakker met een gevoel, een gevoel dat ik iets moet schrijven. Regelmatig is het werk gerelateerd maar soms is het gewoon met een glimlach, nagenietend van een leuk moment.

Vanmorgen was zo’n morgen. Zaterdagmorgen 7.00 uur de wekker. Dat moest toch echt verboden worden. Dochterlief en haar turnhobby maken het dat de wekker ons ook op zaterdag verblijdt. Eerlijk is eerlijk, meestal staat Roel op en kom ik wat later naar beneden. Maar vanmorgen stond ik al vroeg naast mij bedje, zin in de dag. Zin om mijn gevoel te delen. Daar gaat ie dus.

Eerste baantje
Een team, wat is dat eigenlijk? Waarschijnlijk denken veel mensen al snel aan een voetbalteam, een volleybalteam of basketbalteam. Maar als je jong bent en je eerste baantje vult je zaterdag, maak je eigenlijk al kennis met een team.

Bevelen
Mijn eerste team was die van de C1000. Ik mocht de afdeling ‘brood’ bestieren en de 2 jonge zoons van de baas, waren mijn teamleiders. Achteraf gezien best bizar aangezien ze volgens mij weinig scheelde qua leeftijd met mij destijds (en nu dus nog steeds). Ik kan me dan ook geen teamgevoel met hen herinneren. Ze waren jong en nog in het bezit van een gezonde bewijsdrang, waardoor er meer gezegd werd dan gevraagd en meer bevolen dan overlegd. 

Beetje bang
Mijn tweede team was in de winkel van mijn schoonouders. Klein beetje bevooroordeeld ontvingen de vaste medewerkers de kersverse vriendin van het zoontje van de eigenaar. Ik vond het werk geweldig. De omgang met de klanten was elke keer weer een feest. En mijn teamgenoten te lief en grappig. In een team zitten met je schoonouders is even wennen. Ik leerde ontzettend veel van mijn schoonmoeder die een kei was (en is!) in omgang met mensen. Zo leerde zij me om niet weg te draaien voor een moeilijk gesprek maar het meteen aan te gaan. Klanten die hun man verloren hadden of een nare ziekte hadden, ik leerde het allemaal. Mijn schoonvader was druk en regelmatig bezig met hoe alles anders moest. Ik was een beetje bang van hem. Hij kwam natuurlijk ook altijd nét binnen, als ik even stond uit te rusten, lampen overbodig aan waren of we stiekem een boekje aan het lezen waren. Maar teamspirit was er. Samen de dag draaien werd echt een feest. Toen ik wat ouder was en we als ‘gezin’ de vakantieperiode draaide, genoot ik dan ook volop met mijn manlief, schoonouders en grappig schoonzusje.

Eigen klas
Mijn eerste ‘grote-mensen-team’ was in het onderwijs. Na mijn stage bleef ik hangen bij TSJ. Een toffe school met een mannenteam. Ik huppelde door de gangen en zag de grijze wijze hoofdschuddende heren totaal niet. Ik was een juf, had een eigen klas, een eigen postvak en hoorde bij een team.

Speciale jaren
Ik ben een mensen-mens, Ben dol op ergens bij horen. Groepjes, clubjes of gewoon op straat bij een lopende, dansende meute. Maar dit was echt. Collega’s die het voor je op namen, je meteen wilde helpen (en dat had uiteraard niets te maken met mijn jonge leeftijd of mij lange blonde haren) of enthousiast reageerde op mijn ideeën. Ik kreeg ook mijn eerste echte baas. Tevens de beste die ik ooit had. Streng rechtvaardig, duidelijk (soms iets te ) maar stiekem zo lief en zorgzaam voor mij, dat mijn onderwijsjaren echt een feest waren. Terugkijkend realiseren wij, leden van dit team, pas echt hoe speciaal het was. Die mooie samenstelling van vreemde, leuke, wijze, gekke mensen vormden voor mij een topteam.

Mini team
Mijn overstap naar een andere VO-school, was een uitdaging. Na 13 jaar wilde ik eens kijken hoe ik zou functioneren in een ander team. En een ander team was het. Naast te slimme vooral heel serieuze mensen. Waren mijn collega’s van TSJ soms terecht vermoeid van mijn gespring, hier werd het gehuppel en overmatige geklets echt niet gewaardeerd. Regelmatig werd ik terecht gewezen dat ik als docent toch echt een bepaald gezag uit moest stralen. Vreemd genoeg ging dat niet samen met mijn gespring volgens sommige collega’s. De leerlingen waren top en al snel had ik een miniteam om me heen gevonden waar ik mijn (drukke?) zelf kon zijn en waar we er met en voor elkaar konden zijn. Het mocht niet baten, ik vond mijn plek niet en aan de andere kant lokte de dansschool die intussen toch best hard groeide.

Heel speciaal
ID Dance begon en ik was in het begin alleen met mijn zusje. Mooi Team. Jut en jul vol goede moed in de lessen. Na het verhuizen naar ons eigen plekje, vonden we twee toffe B-Boys, en bleef er een klassiek geschoolde juf hangen na een zwangerschapsverlof. Zo had ik een keer een eigen team. Wow dat voelt toch wel heel speciaal. Ik heb gewoon en eigen TEAM. En wat voor een. Gisteravond bewees ons team maar weer eens wat een toppers ze zijn. Sint avond met het team bewees maar weer hoeveel respect, waardering en plezier we met, van en om elkaar hebben.

Voorzichtig bekijkend
Ons team. Met de denker, de veel te slim voor haar leven juf, ons danstalent, de gekste bekken juf die er bestaat, de genieter, de zoeker en de snelst gewende juf. Dan de jonge nieuwelingen, zoekend naar hun plek maar al snel zingend en lallend in de keuken. Dan voel je je vrij, fijn en warm! Onze aller jongste bekijkt het voorzichtig. Voor haar zijn dit namelijk ook nog haar juffen. Mijn regelvriendin ontbrak, maar zat er voor ons gevoel in ons hart de hele avond bij. Dan onze mannen, met manlief erbij inmiddels drie. Met de concentratieboog van een aardappel, maar de heerlijke vrijheid om jezelf te zijn ongeacht wat waar of wie.

Mijn team; ik kan niet trotser zijn. Talentvol, grappig, kundig, soms strontvervelend, maar zo lief en top. Ze geven me een warm, trots en fijn gevoel. Een gevoel dat ze echt bij mij horen en ik dus ook bij hen. Een gevoel van samen de wereld aankunnen. 

Vanmorgen werd ik wakker met een glimlach denkend aan ‘mijn’ team. Dat moet gedeeld worden, dacht ik.


Fijne feestmaand.

donderdag 24 mei 2018

Geloof

Woensdag 23 mei 11.25 uur. Ik stap uit mijn auto en loop richting de winkel. Ik kijk in de lucht, stop even en hoor mezelf iets mompelen. Geen idee tegen wie, waar of wat en eigenlijk ook niet zo goed waarom. Maar ik vraag, verzoek, smeek een beetje om hulp, vreemd voor iemand die eigenlijk niet gelovig is.

Positief 
Geen mega ernstige reden hoor, mijn zoon deed vandaag zijn rijexamen. Voor de tweede keer, best spannend. Natuurlijk doen er dagelijks honderden mensen een examen. Maar vandaag was het mijn zoon. Ik wilde zo graag dat hij zou slagen, gunde hem zo graag een positieve vibe dat ik het kennelijk toch nodig vond een beetje hulp van ‘waar-dan-ook’ te vragen.

Geen cadeautjes
Ik ben niet gedoopt. Best vreemd, aangezien ik geboren ben in de tuin van een klooster onder het toeziend oog van tien nonnen en een pastoor. Mijn ouders wilden graag dat ik zelf die keuze kon maken als ik groter was. En ik… ik baalde toen ik acht jaar was omdat ik geen mooie communiejurk aan kreeg, geen feestje en geen cadeautjes. En tot overmaat van ramp, geen stoer verhaal in de kring op maandagochtend. 

Meezingen
Verder dan dat, heb ik er eigenlijk nooit bij stil gestaan. Wij waren een ‘gewoon’ gezin. Wij baden niet voor het eten en mijn vriendinnen ook niet. Mijn opa en oma waren wel gelovig en gingen regelmatig naar de kerk. Soms, als ik bij ze logeerde, mocht ik wel eens mee. Ik speelde wat en deed of ik meezong.  Gewoon lekker doorsnee.

Een pastoor ja
Het verschil was echter dat mijn oma super leuke kleine zussen had die non waren. Echt non, met blauwwitte kapjes op en al. We gingen regelmatig op bezoek bij de dames en dat was altijd feest. Een van de beste vrienden van mijn ouders was Koos; een pastoor (ja inderdaad, dé pastoor van mijn prille levensbegin). Koos en mijn vader filosofeerden over het leven. Een van mijn oma’s tante’s was zuster Christien, voor mij Tante Chrisje; een van de nonnen waar ik als klein meisje mee speelde. Zij was de rode draad door mijn jonge leven. Als klein meisje kreeg ik altijd leuke cadeautjes en lieve gedichtjes van haar. Tante Chrisje verhuisde naar Spanje maar kwam elk jaar vol met speciale wensen voor ons terug. Altijd gaf ze me een zakdoek met een mooie wens of een christelijke uitlating en ze sloegen altijd ergens op.

Spaanse huis van God
Mijn eerste vakantie was met een vriendin naar Spanje, bij Tanta Chrisjes klooster om de hoek. Best slim van mijn ouders natuurlijk. Twee blonde jonge meiden die elke ochtend ontbeten in het Spaanse huisje van God, daar bleef iedereen natuurlijk wel uit de buurt .

Och gut, meisje
Toen ik ging trouwen en zoonlief Kai al in mijn buik zat (kleine verrassing) moest ik dit tante Chrisje nog vertellen op de ochtend van de grote dag. Ze zat in onze tuin op haar paasbest, mega trots te zijn toen ik in mijn witte jurk naast haar ging zitten. Uh, begon ik twijfelend… “Tante Chrisje, wist je eigenlijk al dat ik, toch geheel onverwacht, maar wel heel mooi… uh, ja, uh..zwanger ben!?” Ze keek me aan en zei:  “Och gut meisje toch, wat mooi! Je start je nieuwe leven met een nieuw leven.” En dat was dat. Had ik nog een klein onderbuikgevoel dat ze me misschien vervloekt vond, met alle liefde van de wereld, wreef ze over mijn buik. 

De rode draad bleef, zo belangrijk en warm in mijn leven. Mijn familie en vrienden zeggen regelmatig lachend dat het geboren zijn bij al die nonnetjes het engeltje op mijn schouder heeft gezet. Ik heb een heel gelukkig leven. 

Pas 54
Natuurlijk vraag ik me wel eens af wat er nu hierna is. Vooral in de tijd van het verliezen van mijn vader, vroeg ik me toch echt regelmatig af waar dit vandaan kwam. Ik heb meerdere keren naar boven gekeken met de vraag of dit een grapje was. Tijdens papa’s ziekbed was ik redelijk in de ontkenningsfase. Mijn vader, pas 54, die was echt niet aan de beurt. Toen papa na een redelijk kort ziekbed stierf en ik in shock thuis kwam was ik dan ook niet voor reden vatbaar. Koos kwam al snel om met mama de dienst door te spreken. Ik was boos op Koos. Hij had tenslotte een directe lijn met God. Had hij nu niet even een goed gesprek kunnen voeren? Niet dat er iemand anders weggenomen had moeten worden. Maar tjee, er zijn mensen die eigenlijk niet meer wíllen. Zoals ik al zei, niet voor reden vatbaar.

Stomme geloof
Koos probeerde met zijn hele lijf, leden en goedheid mij te overtuigen dat de Waarom-vraag geen zin had. We moesten er nu een mooi afscheid van maken en Papa’s leven eren. Ik was boos, woedend en ging me toch tekeer tegen de aardige pastoor die me waarschijnlijk nog voorgelezen had toen ik klein was. Of hij me nu met zijn stomme geloof toch eens kon vertellen waarom dit nu allemaal gebeurd was.

Terugdenkend schaam ik me natuurlijk. Koos bleef rustig en lief. Ik was vreselijk, zo ontredderd en zo teleurgesteld in mijn ‘kennissen van God’. Vreemd voor iemand die dus niet gelooft.

Niet gedoopt
Kennelijk geloof ik dus wel in iets of iemand. Ik noem God omdat ik daarover lees, mensen daarover hoor en stiekem wel eens naar boven kijk om te weten te komen wie er nu op mijn papa en Remco past daarboven. Onze kinderen zijn niet gedoopt, we geven ze mee dat ze vooral moeten geloven in zichzelf, iedereen die je lief hebt en de goedheid van de mens.

Wie is de baas
En ik? Ik heb me bedacht dat het daarboven vast goed geregeld is. Als ik doodga (vrolijke blog Indier!) - ik gok zo rond de 96 want ik heb nog veel te veel te doen - dan kom ik ergens waar ook leuke mensen zijn. Geen idee wie er de baas is maar het is er vast vriendelijk en warm. Ik heb me zo bedacht dat ik me kan inschrijven voor speciale ‘kijk-naar-beneden’ dagen. Dan weten jullie dat vast. Mijn verjaardag, sterfdag, trouwdag. Dan kijk ik graag mee. Op deze dagen; de sterfdag van Remco, de verjaardag van papa ben ik ook op mijn best. Ik kijk regelmatig naar boven en glimlach. Soms praat ik (nou ja, ik praat altijd) maar soms richting lucht, hopende dat zij een ‘kijkdag’ hebben.

Fixen
Wat is het dan toch naar wie ik soms om hulp vraag, kijkend naar boven. Misschien papa? Of Remco? Ik denk dat het stikt van de leuke lieve mensen. Dus ik praat, vraag, verzoek gewoon naar diegene die toevallig tijd heeft. Of diegene het even kan fixen daar.

Of het geholpen heeft of niet. Kai heeft mooi zijn rijexamen gehaald. Misschien met hulp van boven maar zeer waarschijnlijk gewoon omdat hij goed reed. Toch zei ik netjes "dankjewel" met een blik naar boven.
Misschien had papa wel ‘kijk-dag’ en knikte hij tevreden terug.



woensdag 31 januari 2018

De Dansjuf

Een blog vanuit frustratie zou tegen mijn aard zijn, maar ik vrees dat mijn reden toch een beetje neigt naar frustratie of misschien zelfs wel belediging. Maar ook vooral de drang naar fatsoen. Toen ik van de week weer eens ouderwets behandeld werd als ‘huppeljuf’ stelde ik mezelf nog maar weer eens de vraag wat dat toch is. Waarom wordt er toch soms zo tegenaan gekeken?

Dikke kont
Zoek het natuurlijk altijd als eerste bij jezelf. Ik beschreef jarenlang mijn hobby, passie en inmiddels ons bedrijf als de ‘huppelclub’. Maar is dat dan de reden voor anderen om het ook zo te gaan benoemen of zelfs behandelen? Ik klaag ook wel eens over een dikke kont, klinkt toch heel anders dan als iemand anders daar een opmerking over maakt.

Sherry in de ochtend
Wij dansdocenten werken veelal vanuit passie, daar zijn we absoluut geen uitzondering in. Er werken - gelukkig - veel mensen vanuit passie. Onze ‘werkdag’ begint vaak wat later in de middag en gaat tot laat door. Dit was vroeger regelmatig een reden van de schoolpleinmaffia om me te strikken voor allerlei leuke schoolklussen. In het kader van “Jij werkt toch niet in de ochtend”, werd ik regelmatig uitgenodigd voor leuke clubjes. Lachend reageerde ik regelmatig dat ik mijn ‘sherry’ dan maar wat later in de ochtend moest opdrinken. Humor lacht onwetendheid vaak prima weg.

Gestoorde docenten
Vreemd genoeg ging dat weg nadat ik een aantal keren niet alleen moeder van was maar ook Dansjuf Van. Ouders/verzorgers die me (of een van mijn collega’s) aan het werk zagen, paste hun mening aan en keken zowaar met respect in plaats van vermaak naar ons. Want natuurlijk zijn wij die grappige (altijd enigszins gestoorde) docenten die hun kids op woensdagmiddag een uurtje vermaken maar tjee… we zijn toch wel meer dan dat?

Kritiek
Lesgeven is een roeping. Dat zei ik al toen ik nog in het onderwijs zat. Toen ik dan ook door een van onze collega onderwijs-kanjers aan de tand gevoeld werd over onze manier van lesgeven, voelde dat even als verraad. Wij zijn toch samen tegen de wereld? Wij, mensen die werken met, voor en door kinderen, steunen elkaar toch? Nee een kritische vraag of er wel een leerlijn in mijn manier van lesgeven zit, doet toch bijna overkomen alsof wij maar iets doen.

Cynisme staat mij niet
Tuurlijk… dat is ook zo. Ik ren vijf minuten voor lestijd de school in, zet een muziekje aan (wat natuurlijk spontaan zonder enige zoektocht in mijn playlist staat), begin wat te bewegen en heb elke keer weer het mega geluk dat er een groepje nadoet wat ik doe. Wow! Wat een baan. Ach, cynisme staat me eigenlijk niet, maar kan het soms niet onderdrukken. Want nee, die dansjes maken zichzelf niet. Sterker nog, net als enige lesvoorbereiding, zoeken wij ons suf naar het geschikte liedje. En ook naar gevarieerde- en op maat gemaakte methode voor de vijf verschillende groepen van de dag. En natuurlijk willen we de kids niet alleen iets leren, maar vooral het gevoel geven dat ze zichzelf kunnen zijn en dat ze zich in een veilige omgeving kunnen ontdekken ‘welke zichzelf’ dat gaat zijn.

Creativiteit en veiligheid brengt zoveel moois met zich mee. Zet hier iemand op die er daadwerkelijk voor gestudeerd heeft en een goede feeling heeft met kids en dan kómt er toch iets moois uit.

Het beste gunnen
Misschien is dat het. Zouden er mensen jaloers zijn? Op mijn mooiste baan van de wereld? Op mijn vrijheid om zelf mijn tijd in te delen? Omdat ik zoveel verschillende mensen per dag mag zien en elke dag kan doen wat ik leuk vind? Nee toch? We gunnen elkaar toch het beste? Ik in ieder geval wel! Ik gun iedereen die top baan, maar ik denk wel dat je meer nodig hebt dan passie. Niet iedereen is geschikt om te werken met kinderen of teens. Je moet mij bijvoorbeeld ook niet in de zorg zetten. De finesse, zorgzaamheid, behulpzaamheid en vooral geduld is mij helaas niet altijd gegeven.

Dansen geen teamsport?
Dan nog even het vooroordeel dat dansen geen teamsport is. Ben ik ook fan van. Kinderen die stoppen met dansles omdat ouders/verzorgers het belangrijk vinden dat hij of zij een team- sport gaan doen. Begrijpelijk natuurlij, want niets is zo leerzaam voor kinderen als samenwerken en enige verantwoordelijkheid in de sport. Ik zou zo graag willen dat die ouders een keertje komen kijken als ‘Delano’ niet komt opdagen in de dansles zodat ‘Annie’ vervolgens geen partner heeft in het duetje wat de choreo zo leuk maakt. Annie die dan maar met de juf moet omdat ze anders alleen staat rond te kijken. Annie die vervolgens alleen blijft staan omdat de juf te druk bezig is, ouders uit de zaal te sturen omdat het toch geen kijkles is, en zo haar partner vergeet. Ik heb geen verstand van voetbal, maar ook met 10 spelers ben je een team en de reservespelers delen toch ook mee in de winst?

Maandagochtendgevoel
Onze waarden en normen zij hetzelfde. Tuurlijk, wij dansdocenten zijn een beetje vreemd. Creatieve mensen hebben altijd een superleuke manier om zich te uiten, vooral veel en vaak. Tuurlijk hebben wij net als de onderwijs-kanjers best veel schoolvakantie. Ken je dat maandagochtend gevoel na je vakantie? Dat hebben wij dan 12 keer per jaar 😃.

Een feestje
Uiteraard lijkt het soms of we maar wat doen als de muziek aanstaat en we als een dolle rondrennen. Maar heb vertrouwen. Het komt goed, met jullie kids en uiteindelijk ook met ons! Zolang we elkaar met zijn allen respectvol en met fatsoen behandelen en af en toe eens voor elkaar opkomen, is het leven toch een feestje?

Goede beat

Dan excuseer ik me voor het cynisme en de enige frustratie die je misschien tussen de regels doorleest. Het zal de kakgriep zijn die ik er niet uit gedanst kreeg. Ik realiseer me dat als iedereen zo voor zijn/haar beroep of passie opkomt, het elke dag hetzelfde ‘liedje’ is. Zolang het dan meer een goede beat heeft, maakt ik er wel weer een leuk dansje op.