Welkom

Welkom op de blog van Indira. Hier vertel ik regelmatig wat mij bezighoudt in de danswereld. Ik heb mijn eigen dansschool ID Dance, geef regelmatig workshops, doceer dans aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen, coördineer de Dansplus-klas bij de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen en ben examinator dans bij het ROC Leijgraaf. Daarnaast ben ik al jaren gelukkig getrouwd en moeder van drie bloedjes van kinderen.

dinsdag 26 mei 2020

Meningen

Al de hele week loop ik maar te malen in mijn hoofd. Er gebeurt natuurlijk erg veel, vreemd genoeg terwijl we allen nog steeds veelal thuis zitten. Roel zei van de week: “Soms lijkt het dat het leven van iedereen weer ‘normaal’ is.” Refererend aan nieuwsberichten, dat bijna alles richting ‘gewoon’ gaat. Nou, bij ons niet. Wij hebben namelijk een dansschool. En voor ons is dat duidelijk, maar niet voor iedereen.

Kennelijk zijn we geen culturele instelling. Beetje vreemd, aangezien we al jaren de B.T.W. daarvoor betalen. Misschien zijn we dus een sportschool (minder B.T.W. betalen ūüėĄ). Ook vreemd, want als we mee willen doen aan verschillende sportactiviteiten als dansschool dan kan dat niet omdat we een culturele instelling zijn. Kortom, het is niet echt helemaal duidelijk wat we zijn. 

Eten, drinken en gokken
En dat is shit. We zijn potverdorie net zo groot als een gemiddelde middelbare school. Of drie basisscholen bij elkaar, dertig bioscoop zalen waarin we vanaf 1 juni op anderhalve meter bij elkaar mogen zitten. Je mag kennelijk dus wel drinken, eten én dansen in de kroeg op gepaste afstand. Dansend het water betreden in het zwembad, naar dans kijken op het grote scherm met dertig man en je mag zelfs dansend gokken om zo daar je geluk te bevinden. Niets ten nadele van al deze ondernemers. Het is ze zeer gegund en zoals ik al een van mijn eerdere blogs zei; gezondheid gaat voor alles. En als ik dan denk aan de mensen die een dierbare verloren hebben in deze vreselijke tijd of in onzekerheid vol in de zorg zitten, is mijn frustratie echt ondergeschikt.

Maar inclusief al dat relativeringsvermogen heb ik dus toch ook een mening. En dat lijkt in deze tijd zo verdomde moeilijk. Je mening hebben en vooral houden.

Vroeger was ik een meegaand kind, opgevoed voor twee vrijgevochten jonge ouders die streefden naar geluk door andere mensen te helpen en gelukkig te maken. Nog elke dag ben ik dankbaar voor deze genen en het sterke gevoel dat het echt niet alleen om ‘mij’ gaat. Dankbaar ben ik gelukkig sowieso, ook nu. 


Eigen kleding
Mijn moeder maakte al vroeg eigen kleding, wat resulteerde dat ik net even iets voor de mode uitliep. Stoer, zou je denken. Dat dacht ik ook als ik het aandeed en trots naar school fietste. Daar werd mijn nieuwe outfit met de grond gelijk gemaakt door de meiden die er kennelijk toe deden. Op de terugweg naar huis had ik in een keer (dezelfde) een “stomme outfit” aan. En zo makkelijk veranderde mijn mening. Op de middelbare had ik er ook behoorlijk moeite mee. Mode technisch (sowieso al geen wonder) liep ik netje mee met de meute. Waren de wijde pijpen eerst stom, nu iedereen ze aanhad, vond ik ze ook best leuk. Was een klasgenootje heel aardig, gedroeg ze zich volgens bepaalde mensen vreemd, vond ik haar ook maar een maf kind. Vreselijk hoe dat werkt. Gelukkig was ik kennelijk sterk genoeg van mening dat ik niet mee pestte. Maar omdat ik wel bij ‘het’ groepje zat, was ik natuurlijk net zo schuldig. Ik zou willen dat ik zo’n sterke mening had dat ik destijds mijn mond open gedaan had. Maar nee, ik was een lafbek die toekeek, het er niet mee eens was maar mijn mening niet durfde te uiten en achteraf naar het slachtoffer ging om te kijken hoe het ging. Vrij onschuldig overigens hoor. We praten hier over ‘die doet het met die’ en ‘is verliefd op die’-praktijken en geen kauwgom in je haar narigheden.

Applaus op het podium
Toen ik mijn diploma kreeg (na wat extra jaren genieten ) maakte mama weer een outfit. Een witte, gewaagd maar feestelijk. Ik vond het doodeng, wat zou iedereen er toch van denken. Ik heb maar een positieve blik of reactie nodig om stevig de deur uit te gaan, maar helaas ook slechts een zucht om me diep ongelukkig te voelen. Maar het leek een hit, of ik was gewoon in volle euforie vanwege mijn slagen. Toen ik op het podium mocht komen, kreeg ik applaus. Het was namelijk tevens het jaar dat Roel in Amerika zat en dat dwong toch respect af bij mijn medescholieren (of medelijden dat kan ook). De docent maakte toen een grappige opmerking dat hij wel dacht dat ik het zou halen omdat ik altijd zo zeker van mijn zaak was. Grappig.

Juffen-periode
Toen ik Engels ging studeren en in het tweede jaar voor de klas kwam te staan, was ik verkocht. Ik was er zeker van dat lesgeven mijn toekomst was. Geen twijfel, geen ingefluisterd plan, nee een steady mening. En in de jaren daarna kwam ik er wel achter dat de mooie Engelse taal weliswaar mijn afstudeerprioriteit was, maar het lesgeven zelf me blij en gelukkig maakte. Tijdens mijn juffen-periode leerde ik wel een mening hebben én houden, want bij de moeilijke jongens waarmee ik werkte, was structuur en consequentheid echt een must. En als ik weer een keer verleid werd tot een opgedrongen of twijfelachtige mening, dan maakte de jongemannen me terecht ter plekke af met hun sterke woordenschat en terechte twijfel aan mijn oprechtheid.

Nee is nee
Toen ik moeder werd, begon ik weer in de twijfelmodus. Al met het afstrepen van je ‘must-have’ lijst. De een zei dekentje, de ander zei dekbed, weer een ander zei katoenen lakens, maar zei een vriendin flanel is echt veel veiliger en ademt mee. Man, knettergek werd ik van de jonge verse mamamaffia. Kersverse mama zijn vond ik al heftig zat, zonder al die meningen. Gelukkig hadden mijn onderwijs-boys me goed opgevoed. Kies een mening en hou je er vooral aan. En zo werd Kai groot met “nee is nee, en toch echt nee” en liep ik de hele dag (tot hilariteit van mijn vriendinnen) met een broodkorst die hij die ochtend niet op at. Structuur hielp mij, en hem trouwens ook. 21 jaar later bedankt hij me nog maandelijks voor het volhouden en op zijn huid zitten.

Gezellig in een gymzaal 
De jaren vliegen en mijn mening is er inmiddels een van sterke aard. Niet altijd handig of subtiel maar wel duidelijk en vooral eenduidig. Je weet wat je aan me hebt en als je twijfelt, vertel ik het je toch wel. Door de jaren heen volg ik mijn buik gevoel. En mijn mening en buikgevoel gaan prima samen. Zo ook bij ID Dance, gezellig begonnen in een gymzaal (inderdaad tussen de heerlijke moeilijke jongens) en dankzij overredingskracht van Roel na wat jaren later ge√ęindigd in de prachtlocatie waar we nu zitten.

Grimmig
Nou hopelijk nog lang geen einde overigens, hoewel het in deze maanden me soms even bekruipt. Want daar zijn we dan; Corona tijd. Daar hoef je gelukkig geen mening over te hebben. Het was vanaf het begin duidelijk wat de richtlijnen en de regels zijn en daar houden we ons aan. Uiteraard was er een pittige teleurstelling toen we dicht moesten en veranderde die teleurstelling in hevig verdriet toen we dicht moesten blijven. Nu zijn we inmiddels ruim tien weken verder. Het virus lijkt in grimmigheid wat af te nemen maar we worden gemaand voorzichtig te blijven. En wij dus ook. De dansschool is nog steeds dicht. Vanuit veiligheidsredenen want als iets bij ons (en alle andere scholen) voorop staat is het veiligheid, zowel fysiek als mentaal en emotioneel.

Respectvol en nieuwsgierig
En daar komen we bij mijn punt (dan eindelijk). Want mijn mening vasthouden in deze heftige tijd is me toch wel een klus. Eerst de beslissing om digitaal les te gaan geven. Wij kozen voor Zoom, gebruikersvriendelijk, snel en goed te doen. De meningen waren hierover verdeeld maar wij hielden vol. Gelukkig maar want uiteindelijk werkt het veilig, fijn, netjes en secuur. Alle boze berichten uit het begin, bleken al snel gebakken lucht en toen die geruchtenstroom stabiliseerde, hadden wij al een goedlopend rooster op poten gezet. Natuurlijk kijk ik in deze tijd naar wat danscollega’s doen. Respectvol en nieuwsgierig. De een ging dicht, de ander verzorgde digitale lessen, weer een ander bedacht opdrachten. Iedereen vol passie en goed gevoel. Maar naarmate de tijd voorbij vloog en we nog steeds niet open mochten, veranderde de tendens. Mensen die eerst hard riepen niet digitaal te gaan, gingen toch digitaal en uiteindelijk gingen/moesten mensen ook naar buiten om les te geven terwijl niet iedereen daar achter stond.

De druk
Heftig dus, ik besloot maar te stoppen met kijken en zo mijn mening te laten be√Įnvloeden. Mijn mening doet er namelijk in dusverre toe dat die een beslissing maakt over mijn 15 collega’s en alle mooie klanten die we hebben. En die druk is soms best heftig, Niet de druk van het hebben van een geweldig fijn team of een fijne school, maar de druk van een mening vormen en deze in alle omstandigheden ook houden. Nu hebben wij de luxe nog om aan mijn ‘buikgevoel’ vast te houden. Met onze Zoom lessen houden we het team grotendeels aan het werk en maken we gelukkig een groot deel van de klanten heel gelukkig. Dat het allesbehalve ideaal is, klopt. Maar zoals ik meerdere keren per week zeg; Niks is helemaal niets. En dan kiezen wij voor deze optie. Vol vertrouwen overigens.

Groeien en gek doen
Buiten dansen, dat vind ik moeilijk. Mijn buikgevoel en dus mijn mening schreeuwen NEE. Het weer (te heet, te koud, te nat, teveel wind), de instabiele ondergrond (slecht voor je knie√ęn en lijf), het geluid en de overlast. Maar mijn allerbelangrijkste punt is veiligheid. En misschien nog wel meer de sociaal-emotionele dan de fysieke kant er van. We zetten de dansers te kijk. Dansers die bewust kiezen voor een dansschool waar ze in alle veiligheid achter gesloten deuren hun ding kunnen doen. Fouten kunnen maken, kunnen groeien, gek doen en zichzelf kunnen zijn. Kan dat? Ergens op een voetbalveld? Of op een schoolplein? Op een parkeerplaats? Mijn danscollega’s in de omgeving bewijzen dat het kan. Ze stralen en zijn blij weer aan de slag te mogen. Pfff, dat zou ik ook wel willen. En dan baal ik van mezelf, want dan voel ik dat mijn mening een beetje verschuift. En niet omdat ik niet weet wat ik wil - en in ons geval belangrijker; wat ons team juist wel/niet wil - maar omdat ik aan het twijfelen ga. Vanuit paniek, vanuit angst dat het allemaal zo lang gaat duren dat het heftige gevolgen heeft voor de school. Voor mijn team, voor onze dansers. Maar is dat dan een reden om tegen mijn buikgevoel in te gaan. Tja en die twijfel, die mening die per dag van de een naar de andere kant geslingerd wordt, daar word ik wel een beetje gek van. 

Het is een begin
Gisteren kom ik toch weer via een bericht op een site met happy buitendansers. Geweldige plaatjes, de zon schijnt, de kids genieten. Wat willen we nog meer? Nou ik wil onze prachtige zalen weer in. En ik wil niet hoeven na te denken wat een wijs besluit is. Ik wéét namelijk wat een wijs besluit is. Ons dansscholen laten doen waar we goed in zijn. Lesgeven, vermaken, ontspannen, geven en genieten. En dat alles in een veilige omgeving. Anderhalve meter afstand? Prima, het is in ieder geval een begin. Alleen PO scholen? Ook goed, geef de rest maar een uitzicht om naar te verlangen. Maar geef me iets! Want ik word gek van het bedenken wat mijn mening eigenlijk nu is.

woensdag 6 mei 2020

Thuis, pfffff

Gisteren was ik chagrijnig. De derde keer al deze Corona-tijd. Nu ben ik eigenlijk van mezelf geen chagrijnig persoon. Vroeger was ik nooit chagrijnig. Maar met de jaren, misschien wel verantwoordelijkheden, gebeurtenissen betrap ik mezelf erop. Vooral de maandelijkse vrouwensores neemt een loopje met me. Mijn hormonen reageren echt belachelijk. Niet alleen verander ik in een of andere veelvraat zonder rem (kan toch al goed eten hoor) maar ook ontwikkel ik een woordenstroom die uit mijn mond ontsnapt zonder enige positieve bedoeling of klank. Heel naar.

Wie weet doet Corona dat met me, ik word er in ieder geval geen leuker mens van. Dat is best jammer. Ik ben eigenlijk best heel tevreden met mezelf als mens. Tuurlijk, verbetering kan altijd, wijzer worden door al mijn mooie (en regelmatig stomme) fouten blijft een mooi gegeven.

Veelvuldig geklep?
Ook schijn ik een aparte manier van overleg te ontwikkelen tijdens deze Corona-tijd. Een manier van communiceren waarbij in mijn hoofd het gesprek al gevoerd is, de plannen al gesmeden, alle partijen al zijn ingelicht en kennelijk niemand van iets weet. Behalve ik. En dan ben ik serieus zeker een half uur van de kaart van de vraag waar dit nu misgegaan is. Is het mijn veelvuldige geklep? Je zou met mijn woordenstroom per minuut toch echt wel denken dat er tussen al die ratels ook de nodige informatie zit. Toch blijkt dit niet altijd zo te zijn. Met name deze weken niet. Kreeg ik gisteren nog een terecht vraag van mijn zwager over een geniale app wisseling tussen hem en mij. Vandaag lees ik hem terug en vraag me af waarom iemand √ľberhaupt de moeite nog doet om mij te begrijpen.

Vluchtig schreeuwen
Onduidelijk dus. Vreemd, want in mijn hoofd is het echt heel duidelijk. Is er een daadwerkelijk plan. Best doordacht, vol vertrouwen gemaakt en in mijn hoofd ook zo’n leuk plan. Misschien oefen ik te weinig, het communiceren met anderen bedoel ik. Misschien doet Corona-tijd dit met je. Je ziet weinig mensen, je spreekt mensen via app, sociale media, zoom, teams, FaceTime of vluchtig schreeuwen vanaf anderhalve meter afstand. Maar ook hier, zou je denken dat ik getraind genoeg was.

Super lief
Mijn humeur is eigenlijk altijd redelijk standvast. De dag begint goed, ik sta zelden tot nooit op, balend dat er een nieuwe dag aankomt. Sterker nog ik kan me niet herinneren dat ik opstond met de gedachte, “pfff, laat maar". Uitgezonderd de kou die ik voel als het winter is, waar mijn lijf op reageert door de dekens snel terug te trekken. Maar in deze tijd van zon, gaan de gordijnen open en ben ik klaar voor de nieuwe dag. Het is ook zeker niet het gezelschap waarin ik verkeer. Roel en de meiden zijn super lief en we hebben niets te klagen. We zijn gezond en vermaken ons prima. Op het gemis van onze zoon na is het gezinsleven echt goed te doen zo. Natuurlijk missen we iedereen vreselijk en vliegen de meiden elkaar wel eens in de haren (en wij trouwens ook). Maar dat hoort erbij. Corona of geen Corona. Wij blijven ook gewoon mensen.

Ik werk wat bij
Maar ik ben wel een ritme-mens. Leuke woordspeling voor een dansjuf. Maar ik aard het beste bij een duidelijke ritme. Ik eet ei op maandag (een mooie eerbetoon aan mijn overleden zwager die ‘vroeger’ altijd ei op maandag bij ons at), eet warm eten op dinsdagmiddag, heb vrij op woensdagavond, heb de volste werkdag op donderdag, de langste werkdag op vrijdag en zaterdag is er altijd iets leuks. Die ochtend is rustig want dochterlief turnt. Ik werk wat bij, ruim de rommel van de week op en we lunchen samen om 12.00 uur zodra Tess thuis komt van haar training. Zondag is hangochtend, Roel voetbalt (of vertrekt in ieder geval naar Mook :) en in de middag is er altijd wel iets leuks sociaals te doen. Zondagavond worden de bedden verschoond terwijl Roel voelbal kijkt, meiden gaan op tijd naar bed en wij proberen hetzelfde in de aanloop naar weer een nieuwe week. Zie. Duidelijk!

Vakantieboek klaar
Ik ben dol op hectiek, drukte en zoek graag grenzen op. Niet de grenzen van zweefvliegen, bungeejumpen of uit een vliegtuig springen, zeker niet! Maar toch net iets teveel werk bedenken, aannemen, overnemen dan ik eigenlijk aankan, doet me goed. En dat mis ik ook, dat geren. Maar ook hier heb ik geprobeerd iets positiefs van te maken door al mijn vrije tijd om te zetten in actie. Fotocollage (220 x 144 foto’s) is af, vakantieboek bijna, boek gelezen, administratie op orde, kaartjes verstuurd, huis schoon. Allemaal dingen waar ik ‘straks’ heel blij van word.

Plastic
En toch… word ik dan gisteren in een keer chagrijnig. Zo stom. 
Mijn dochter was jarig, gekke tijd om jarig te zijn maar het leven vieren is in ieder geval zeker de moeite waard in deze tijd. We (lees: ik in mijn hoofd) had een strak schema gemaakt. Opa, oma en oma in de ochtend. Vriendinnen tussen 12-16 uur In de tuin, per twee. Anderhalve meter uit elkaar. Tuin versierd, plastic bordjes, ieder een eigen wegwerp vorkje om zoveel mogelijk bij jezelf te blijven en drinken op een tray zodat fysiek contact vermeden kan worden.

In het zonnetje
De ochtend was zonnig, na het aan bed zingen (fijne gewoonte mensen, gelukkig wij alleen), thee en koffie voor de opa en oma’s. Ze zaten netjes uit elkaar hoewel mijn moeder wel echt genoeg heeft van al die afstand en regels. Mijn schoonouders (ook wat ouder) houden zich strak aan de regels en willen ook echt niet (meer) ziek worden. Niks aan het handje. Oma’s hadden het moeilijk met het niet knuffelen van hun oudste kleindochter maar Tess beloofde ze dat deze knuffels echt bewaard bleven. We aten taart en zaten in het zonnetje.

Mooie mensen
Mijn (jongste) zusje kan vreselijk goed bakken, ze kwam dan ook super lief met haar twee kleine wonders een pracht 17, it is taart brengen. Zwager mee (ja die van die maffe app wisseling) en zo stond in een keer de tuin vol. Mijn jongste neefje is zelf net anderhalf dus die weet echt niet wat anderhalve meter is en bovendien zijn beide mannen dol op oma dus al snel werd er naar oma gerend voor de hoognodige knuffel. Ik, dol op alle 4 deze mooie mensen, stond in dubio. Wat te doen, ik weet dat manlief zich aan de strakke regels houdt als het omwille van zijn ouders gaat. Terecht, gezondheid voor alles. Maar toch voelde het even shit om in je eigen tuin te staan met al die lieve mensen die je eigenlijk ‘uit elkaar’ moet houden.

Schijt aan mijn planning
Uiteindelijk was het snel opgelost want opa en oma vonden het mooi geweest en gingen naar huis. Waardoor de nieuwe ‘shift’ een taartje kon eten. Misschien dat daar mijn paniek al een voorzetje gaf van mijn humeur. De dag liep verder met schijt aan mijn planning. De sushi lunch die ik dochterlief beloofde kon pas na 14.00 uur (Tess, zoek je dat op tijd uit, zodat we niet voor verrassingen staan op de dag zelf). Dus in plaats van lekkere sushi, kreeg ik tomatensoep, Prima hoor, maar in mijn hoofd ontstond er al een kleine kortsluiting. 

Daarna ging dochterlief vol in haar verjaardag, heerlijk om te zien. Af en toe riep ik naar buiten ‘ Anderhalve’ meter maar eerlijkheidshalve wist ik dat ook hier mijn woorden ergens in mijn hoofd bleven hangen in plaats van binnenkomen bij een van de prachtmeiden in onze tuin.

Opzeggen?
Vol moed aan het werk. Zodra ik mijn laptop open (altijd een heerlijk gevoel). is er deze Corona-weken toch een andere manier van buikpijn. Spanning, zorg, verantwoordelijkheid, angst? De school draaiend houden is spannend. Mensen zeggen op! Begrijpelijk want het is voor velen een onzekere en gekke tijd. Maar leuk is het natuurlijk niet. We kunnen een flink stootje hebben maar ik heb het liefst dat alles zo blijft zoals het is. En dat kan niet,

Rustig maar anders
En daar is het dan. De reden van mijn chagrijnigigheid. Veranderingen. Mijn, maar belangrijker nog, ieders leven staat op zijn kop. En dat van mij is nog redelijk te overzien. Maar toch is het anders, mijn dagen zijn anders. Soms leuker, soms fijner, meestal rustiger maar anders. Ik mis mijn leven. Zoals iedereen hoor, dat realiseer ik me zeker. Van klagen heb ik ook echt geen recht maar potverdikkie wat mis ik mijn leven.

En daar word ik dan best even chagrijnig van. 

Inmiddels is het een nieuwe dag, open ik mijn gordijnen en mijn ogen en lach ik om mijn gedrag van gistermiddag. Ik mocht gelukkig (voor iedereen ) naar ID  waar mijn chagrijnigheid al verdwijnt bij het weten dat ik weer ‘mag. Het les geven en dansen is de beste remedie. De dansers, de muziek, de vragen, ja zelfs de kleine schermpjes. Ik heb het nodig, ik heb jullie nodig!

Maar we hebben geduld, hier thuis hopelijk ook met mij. Want we zitten nog even thuis. Pffff.

donderdag 16 april 2020

Thuis, het went

Vanmorgen liep ik naar de markt. Best relaxed en een wereld van verschil met de ‘normale’ haaststand waar ik in sta. Als ik de markt al red op donderdag (dol op de markt), is het omdat ik eerder opsta of voor mijn eerste workshop de auto asociaal parkeer aan de rand van de markt, de discussie met de meneer op straat vermijd en de kramen afren en hijgend de auto weer in ren.

Vandaag niet, ik wandel. Rugzak om, oortjes in. Heerlijk, uiteraard op de maat van mijn muziek. Ik kijk rond, de bloesem zit in de bomen, ben ik dol op. De werklui lallen en lachen en knikken vriendelijk. Ik laveer tussen de kinderwagen, wandelende peuter en tergend langzame oma in om de anderhalve meter aan te houden. Anderhalve meter. Het wordt eigenlijk al best gewoon, tenminste als ik op straat wandel, of per ongeluk in een winkel beland bij hoge uitzondering. 

Vechten voor leerlingen
Anderhalve meter, dat is misschien net een grapevine, een 3- stepturn en nog geen set d√©boul√©s. Hoe gaan we dat doen in de dansschool? Vanmorgen lees ik in de krant (tijd voor, maar geen aanrader) dat er instanties zijn die adviseren om de vakantie te gebruiken om de gemiste schooltijd in te halen. Hoe dan? Mijn docenten vriendinnen lopen al over, krijgen het nu al niet voor elkaar om thuis te doseren en vanuit thuis te doceren. Mijn jongste zusje vecht voor haar speciale leerlingen die echt niet zonder de structuur van de dag kunnen. Wiens ouders/verzorgers echt alle reden tot paniek hebben. Die mensen hun vakantie afnemen, lijkt me een heel slecht plan. Maar wie ben ik? Nou in deze tijd in ieder geval heel blij niet meer fulltime in het onderwijs te werken. Nee, wij hebben een dansschool. En daar kun je eigenlijk met anderhalve meter niet zoveel. 

Niemand les nodig
Onze zalen zijn groot zat, we kunnen vlakken maken, we kunnen groepen in twee√ęn splitsen, maar dan gaan we er met zijn allen vanuit dat al onze dansers de hele tijd ex√°ct dezelfde kant op gaan. Ik moet al lachen bij deze gedachte. Dat zou toch een mooi ballet zijn. Maar dan zou ook niemand meer les nodig hebben. Iedereen weet dan van tevoren al wat ik ga doen, welke kant ik op ga en dat doen we dan met zijn allen tegelijkertijd. Wow. Anderhalve meter, ik weet het niet. Maar aan de andere kant, de school open met restricties, is wellicht een kans die ik maar wat grijp over een paar weekjes.

Uit mijn buurt blijven
Anderhalve meter. Op de markt zijn nette hekjes. Op de smalle weggetjes naar de markt toe lopen een meneer, een oppas oma en ik keurig anderhalve meter uit elkaar. Ik moet er een beetje om lachen. Merk dat ik er meteen een dansje in zie, als ik even inhoud, lopen we allemaal met hetzelfde been hetzelfde tempo. Mijn beat in mijn hoofd past zich aan. Ik doe erg mijn best bij iedereen uit de buurt te blijven. Realiseer me dat mijn bezoekje aan de markt er geen is uit de lijst  ‘noodzakelijk’ je huis verlaten. Maar ter vergoelijking besluit ik mijn fruit en brood te halen bij de mensen die het heel hard nodig hebben. In tegenstelling tot de supermarkten die al floreren bij deze crisis. 

Vriendelijke glimlach
Een heel groot voordeel van de anderhalve meter is dat je dus geen fysiek contact maakt, maar tjee wat lachen we meer naar elkaar. Je maakt wel meer oogcontact. In tegenstelling tot de haastende mens, kijk je je anderhalve meter partner aan, ga jij links en ik ook? Stop jij of ga je deze straat in. Zonder woorden communiceren we toch. En dat bevalt me. Ik krijg veel vaker een vriendelijke glimlach een dankjewel of een vrolijk knikje. We vinden het allemaal ongemakkelijk maar houden ons ook allen graag aan de regels.

De kaasmeneer redt me
Bij de kaaskraam, sta ik niet in een van de poortjes waardoor een mevrouw wat onrustig wordt, is ze nu aan de beurt of niet. Ik maak me er niet druk om, ik sta er omdat ik andere mensen de ruimte wil geven deze poortjes in en uit te lopen. Bovendien heb ik tijd en schijnt de zon.
De mevrouw wordt onrustig en vraagt me of ik daar niet moet staan. Ik geef aan dat ik de vorige klant wat ruimte wil geven waarop ze nerveus zegt dat ik er dan nu wel echt moet gaan staan. De kaasmeneer redt me en vraagt me wat ik wil hebben, want ‘je bent wel echt aan de beurt hoor’. We glimlachen naar elkaar. Ik vraag zoals elke keer als ik er kom naar de bekende weg, welke kaas heb ik ook alweer altijd. Betaal en zeg iedereen vriendelijk gedag. Bij het brood heb ik extra lekkers gekocht zodat ik op de terugweg langs twee vriendinnen kan lopen die gezellig genoeg beiden tegenover ons zijn komen wonen (als buren van elkaar). Als ik van de werkende mannen toestemming krijg het zand voor hun oprit te betreden. Alweer met een mooie glimlach (terwijl ik niet eens mascara op heb. Zie, crisis doet wat met mensen) bel ik aan. Ik leg de koek voor de deur en stap netjes terug. Het tafereel wat er daarna afspeelt is een geweldige afspiegeling van deze tijd.

Onze puberzorgen
Vriendinlief doet de deur op en roept terug naar binnen: “Dit moet jij doen ik zit in een online les!” Manlief rent naar de deur en zegt” “Ja, ik zit in een webinar.” Ik lach, kijk naar hun puberdochter die vanuit het slaapkamerraam naar me lacht. Ik sein: “jou vind ik wel leuk hoor” en ze glimlacht. Ik stel mijn vriendjes gerust. Ik kom niet op de thee, ik kom alleen iets afgeven. Hier hebben ze nog uren last van want het zijn de meest vriendelijke en gastvrije vriendjes ooit. Maar ik was echt niet van plan binnen te komen. Ik klim over het hek naar vriendin nummer twee, kijk naar binnen en zie haar oudste puberzoon voor de PlayStation liggen. Heerlijk, we hebben er al meerdere gesprekken over gehad samen en onze puberzorgen gedeeld. Ik klop op het raam, ge√Įrriteerd kijkt hij op om nog meer te zuchten als hij mij enthousiast ziet zwaaien. Hij kent me en weet dat ik niet wegga voor hij naar buiten geweest is. Tergend langzaam staat hij op, kijkt nog eens naar zijn scherm en terug naar mij. Ik sein hem dat ik alleen maar lekkers af kom geven. Ik schuif het door het hek en wacht tot hij naar buiten komt. “Mama zit in een call”. “Oh dat is niet erg”, zeg ik. “Ik kom alleen maar lekkers afgeven. Enne, moet jij niet naar de les?” Hij kijkt me aan. Ik glunder, want naast dat deze knappe brug-smurf de zoon is van mijn vriendin, heeft hij ook dansles op school. Van ons. “En”, vervolg ik, “ik zag dat je het dansfilmpje van vorige week ook nog niet gekeken had.” Hij verschiet, ik ben verrast… kennelijk denkt hij dat ik zo slim ben dat ik dat kan zien. Grappig, dus ik zet door. “Heb je de opdracht wel gezien? Je moet na de vakantie afsluiten he? Zelf het dansje doen.” Hij lacht nerveus. “Mama heeft het filmpje wel gezien.” “Jaaa”, zeg ik “maar daar word jij toch niet dansanter van?” “Nee”, zegt hij verlegen. Mijn ochtend is weer goed. Genoeg schatjes geplaagd en ik zwaai en loop weg. "Ik kom volgende week checken”, roep ik. Hij zwaait, geen idee of hij me gelooft maar ik denk dat ie het filmpje vast een keer gaat bekijken.

Tijd over in deze crisis
Ik wandel door, realiseer me dat deze ‘onthaast’ tijd waarin ons gezin gezet is, best went. De school ‘loopt’. Helaas alleen digitaal, maar we bikkelen ons er doorheen. De passie is er nog volop en ook de drive om mensen enthousiast te blijven maken voor dans. Op een andere manier nu even. En de tijd die over is (ja, ik ben die ene die daadwerkelijk tijd over heeft in deze crisis. Bedenk al die avonden dat ik thuis ben, arm gezin ☺) gebruik ik nuttig. Ik neem nog iets meer tijd om kaartjes te sturen, bel rustig met vriendinnen die ik normaal tussendoor zie of in de les. Ik eet thuis aan tafel, rustig terwijl ik zit en zonder een voet in mijn sportschoen en mijn hand in een haarelastiek. We lunchen samen, ik wandel, volg lessen bij mijn collega’s die ik ‘normaal’ niet kan volgen. Ik leer van alles, niet alleen van collega’s, maar ook van mijn kinderen of mensen om me heen.

Kortom, ik maak er maar het beste van. Anderhalve meter. Het voelt ver maar het brengt ook mogelijkheden om elkaar eens wat langer aan te kijken, een glimlach te delen en zo samen door deze tijd heen te komen.

maandag 6 april 2020

Thuis - nog steeds ☺

Deze week een speciale blog. Naast dit geschreven verslag vanuit mijn hoofd (en hart) een aanvulling in de vorm van een vlog van mijn oudste dochter Tess. Na een leuke discussie over dat mijn schrijven wel echt over mijn ‘perspectief’ gaat, besloten we onze bevindingen van de afgelopen week te delen. Naast elkaar. Ik heb nog niets gezien van haar, dus ben straks net zo (hopelijk aangenaam) verrast als jullie.

Op de vraag wanneer ik een blog schrijf, antwoorde ik mijn dochters dat dat altijd is naar aanleiding van een gevoel of gebeurtenis. Ik benadrukte dat dit deze week dus anders zou zijn omdat ik wist dat ik zondagavond mijn blog af moest hebben. Dat is gek, meestal volg ik een gevoel. Dat mijn plan ook niet helemaal waterdicht was, bleek wel aan het uitstellen van mijn schrijfactie. Totdat ik zojuist een van de liefste mails ontving die ik de afgelopen week, tussen heel veel liefs overigens, ontvangen heb.

Mooi en onzeker
Niet uit een onverwachte hoek. Petra is een trouwe klant, een fijne dansvriendin, ooit een soort van ‘baas’ toen ik heel jong bij haar in de dansstudio een van mijn eerste lessen mocht geven. Maar ook een enthousiaste en trotse moeder van twee pracht danseressen. Maar de mail kwam wel op een vermoeid (fijn en mooi) en onzeker moment. En dan is een warm hart onder de riem zo heerlijk en zo welkom. Want doen we goed aan de weg die we zijn ingeslagen nu als dansschool… is toch wel de vraag die me bezig blijft houden.

Onze docenten
Live online lessen geven, dan bieden we nooit waar we eigenlijk voor staan. Nooit het contact dat we zo ontzettend belangrijk vinden en de techniek die onze docenten in huis hebben. Het moet gaan om conditie, flexibiliteit, kracht, motivatie, coördinatie en in ons geval de nummer een; plezier!

Wij maken geen dagen van 22 uur
Warmte, onze dansers het gevoel geven dat we er voor ze zijn in deze heftige tijd voor iedereen. Daarnaast wil ik er niet eens teveel woorden aan vuil maken, want wie zijn wij nu. Wij redden geen levens, wij maken geen dagen van 22 uur om mensen te redden of winkels te bevoorraden. Maar ik hoop een heel klein stukje te mogen zijn van het grotere geheel wat ‘samen’ heet. En als we dan daar op de mooie zondagmiddag samen over twijfelen, is een mooie mail recht vanuit en IN ons hart, het mooiste cadeau van de week.

Ex-hoestende ouders
Want deze week daar gaat het natuurlijk bij de afspraak tussen Tess en mij. We zijn inmiddels drie weken verder en hier in huize Willems (ofwel huize ‘weltevree’ zoals ik het gisteren noemde toen de dames elkaar weer in de haren zaten, gaat het goed. We zijn weer fit. Tjonge, wat een schijtweken als je een voor een griep krijgt en maar niet opknapt. En wat een genot als je lijf het dan weer doet. Al met al, doen we het super. We zijn maar met zijn vieren. Onze oudste is in Rotterdam en blijft daar voorlopig nog, want twee ex-hoestende ouders hier. We bellen om de dag en hebben fijn contact. Heerlijk om hem te horen stoeien met het omschakelen van zijn dag (lees; nachtritme) waar hij tot diep in de nacht met zijn Amerikaanse vrienden aan het gamen is en vervolgens in de middag wakker wordt om snel de ‘online’ les in te stappen. Natuurlijk vragen alle docenten veel te veel van hem. Maar de gouden opmerking “Ja, en dan ben ik weer degene die mijn mond open trekt” deed ons heerlijk terug denken aan de tijd dat hij, ja alt√≠d zijn mond open had. Gelukkig lachen wij er nu om en stimuleren we hem om ook in deze tijd vooral je mond open te trekken.

Sociale leven totaal afgesloten
Dochterlief Tess zit in haar examenjaar. Wij denken inmiddels dat ze geslaagd is, maar mogen er niet te blij over doen. Sowieso is te blij zijn, geen optie. Zij heeft het hier in huis het zwaarst en dat zeg ik niet met enig sarcasme, maar haar sociale leven is totaal afgesloten. Mochten haar vriendinnen de afgelopen weken nog met elkaar wandelen, joggen, hockeyen of boodschapjes doen. Zij mocht nergens heen, en dat alles omdat haar stomme ouders ziek waren. Stom vindt ze ons niet denk ik, maar wel irritant. Met name papa laat haar niet met rust. Maar ik denk persoonlijk dat dat is omdat hij er nu thuis achter komt, dat hij bijna niet meer de grappigste hier in huis is. Tess houdt zich dapper, helpt super goed met administratie, filmpjes, boodschapjes doen (haar uitje van de dag), koken en lesjes maken met mama. Ze is een dappere sixpack- challenge begonnen en heeft elke dag spijt als ik haar herinner dat we weer ‘mogen’. Ze is lief, zorgzaam en heel soms even verdrietig omdat haar laatste schooldagen zomaar in een keer voorbij waren zonder dat ze er bewust bij stilgestaan heeft. Daarnaast is ze soms een vervelende grote zus die geniet van het uitlokken van haar jongere zusje en vervolgens zo onschuldig mogelijk mijn kant op te kijken. Maar al met al niets te klagen.

Pip en skeeleren
Onze jongste Jade huppelt hier fluitend doorheen. Ze doet braaf haar schoolwerk (op af en toe een ‘brugklas’ aflevering na tijdens de bio uitleg), danst in de keuken, ruimt op (nadat ik het vijf keer gevraagd heb), speelt met Pip, gaat skeeleren (met bescherming nadat ze die discussie verloren heeft) en is brieven aan het schrijven met haar BFF. Haar humeur wordt een beetje aangetast door de hoeveelheid ‘ouders-tijd’ om haar heen maar ze doet het prima. Haar vast taakje 
(alle klinken ontsmetten) wordt (na maar drie keer vragen) al gedaan en na wat gezucht wordt zelfs de vaatwasser gedaan.

Frustrerend in bed
Geen probleem zo zou je denken hier aan de Rijksweg. Iedereen lief, iedereen tevreden, iedereen blij. Maar dat is niet altijd het geval natuurlijk. Naast de hard werkende Roel (full time achter zijn ZOOM computer) hebben we mama nog. Ik had van mezelf wel een beeld als ‘thuiszittende IW’. Natuurlijk had ik me bedacht dat ik wel ‘wat ‘ energie over zou hebben en had ik ook wel gedacht dat ik me met behoorlijk wat zou bemoeien. Wat ik NIET gedacht en bedacht had was dat ik ook ziek zou worden. Volledig lam geslagen, hoestend frustrerend in bed. Zo, en daar word ik niet leuk van zeg. Startte de week nog vol goede energie met het opruimen en schoonmaken van alle ruimtes van het huis. Na het kapot gooien van de fietspomp (viel op mijn hoofd van de kast en daar reageerde ik ietwat gefrustreerd op) bedacht ik me dat ik wellicht wat minder relaxed was dan dat ik zelf deed geloven.

Onmisbaar
Tel daarbij mijn boze wandeling tegen mijn lage energielevel in, doorlopen, stampen, briezen en meters maken bij op en mijn plaatje van de ideale thuismama was helaas gesloopt. Koken kan ik niet, commentaar geven op w√°t we eten kennelijk wel. Boodschappen doen mag ik niet, vervelend doen over de verkeerde shoarma dan kennelijk weer wel. Al met al was het terug naar bed moeten na mijn gevecht tegen de moeheid een verademing voor eenieder hier thuis. Geen idee hoe ze de dagen doorgekomen zijn. Maar vast prima, want alles ging gewoon door. So far de onmisbare thuis zittende mama. Toen ik na een paar dagen weer beneden kwam en suf voor me uit zat te kijken werd ik volgens mij de ‘zielige thuis zittende mama’. Afijn… mijn eerste volzin was dat “als ik weer kon bewegen (lees; dansen) ik de hele Corona-thuis-zit-tijd niet meer zou zeuren”. En daar zijn we nu. Ik heb mijn eerste dansles (proeflesje) gegeven. Rete-spannend, zoveel ogen op je en geen fout die je kunt weglachen. Nou ja, wel proberen maar dat komt op de 35 schermpjes niet zo leuk over als in het echt natuurlijk. De onzekerheid die weer terug komt als je een les aan het maken bent. Kan dit wel in de vierkante meter? Is dit leuk genoeg, is dit veilig genoeg en hoe ziet dit eruit als ik dat doe? Die laatste heb ik maar achterwege gelaten. En dat is in een tijd als deze maar beter. Je druk maken om echte dingen.

Betere versie
We lachen veel, ik maak gekke filmpjes voor vriendinnen, heb met de selecties een gouden film-ketting app waar we elkaar aan het lachen maken (succes gegarandeerd) en heb op mijn instructiefilmpje alweer ouderwets rechts en links door elkaar gehaald. Ik blijf mezelf maar. Maar dan in de betere versie want… zeuren mag ik deze hele Corona-tijd niet meer.

Blijf gezond, blijf thuis, blijf lief voor elkaar en blijf vooral… jezelf ❤️